Dossier Grondgebonden Zonneparken

geplaatst in: Duurzaamheid, Research, Uncategorized | 0
(link to English page)

De Nederlandse handtekening onder het klimaatakkoord van Parijs van 2015 betekent dat de Nederlandse energiesector snelle en drastische aanpassing behoeft. Een reductie van de nationale energieconsumptie, als die al haalbaar is, is niet voldoende; een omschakeling is nodig van fossiele naar hernieuwbare en duurzame energiebronnen.

Zonne-energie wordt over het algemeen gezien als een heel geschikte energiebron, maar als we praten over de duurzaamheid ervan, gaat het (te) vaak nog alleen over aspecten als emissiereductie en “energy payback time”. Nu er in ijltempo steeds meer grondgebonden zonneparken verrijzen, worden ook andere aspecten belangrijker. Hoe zit het bijvoorbeeld met de invloed van grondgebonden zonneparken op de biodiversiteit? Op bodemkwaliteit? Op omgevingstemperatuur? Hoe gaan we de landbouwproductie compenseren die verloren gaat door het bezetten van landbouwgrond met zonnepanelen? En tenslotte: wat is ons landschap ons waard? Veel is nog onbekend of onzeker. Kind of Green© Consulting wil, waar mogelijk, bijdragen aan de kennisontwikkeling en investeert daarom in een stukje onderzoek op dit gebied. Het is de bedoeling af en toe nieuwe bevindingen en/of inzichten aan deze pagina toe te voegen.

Figuur 1. Zonneparken met vermogens groter dan 2.5 MWp (meer parken worden zichtbaar bij inzoomen), onderverdeeld in rooftop (blauw label) en grondgebonden (groen label met rode letters). Meer informatie over ieder park kan worden verkregen door in te zoomen en te klikken op het oppervlak van het park op de kaart (de kaart wordt mogelijk niet naar behoren weergegeven op smartphones).

Grondgebonden zonneparken groter dan 2.5 MWp in kaart gebracht.

Om te beginnen heeft Kind of Green op basis van RVO gegevens (status januari 2019) en met behulp van Sentinel 2 satellietbeelden de huidige grondgebonden zonneparken groter dan 2.5 MWp nauwkeurig in kaart gebracht (zie Figuur 1). De grondoppervlakken van de parken zijn bepaald m.b.v. een Geografisch Informatiesysteem (QGIS). Waar de grenzen van de parken goed overeenkomen met de grenzen uit de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP) is vastgehouden aan deze grenzen; in andere gevallen zijn grenzen met de hand ingetekend aan de hand van satellietbeelden.

Inventarisatie: welke gewassen zijn vooral ‘vervangen’ door zonneparken?

Methoden

Door te bepalen welke gewassen er in voorgaande jaren groeiden op de percelen waar nu zonneparken staan  kan de ‘verdringing’ van deze gewassen door zonneparken in kaart worden gebracht. Dit is gedaan voor de periode 2011-2017 aan de hand van de Basisregistratie Gewaspercelen (BRP) voor alle zonneparken groter dan 2.5 MWp (zie Figuur 1, de meeste parken dateren van na 2017). De resulterende oppervlaktes zijn per gewas opgeteld en gedeeld door zeven (jaar), om de arealen per jaar en per gewas te verkrijgen. Doordat de berekening over meerdere jaren gemaakt is, is rekening gehouden met het effect van gewasrotaties.

Methoden – een voorbeeld

Als voorbeeld is Zonnepark Hoogveld Zuid bij Uden weergegeven in de interactieve Figuur 2. Het park heeft een grondoppervlak van zo’n 13.3 ha en beslaat vijf BRP-percelen. In 2014 – een willekeurig jaar – werden er volgens de BRP 4.1 ha suikerbieten, 2.6 ha wintertarwe en 5.4 ha tijdelijk grasland geteeld. daarnaast lag er 1.2 ha braak.

Figuur 2. Een voorbeeld: zonnepark Hoogveld Zuid bij Uden en de gewassen die op de betrokken percelen werden geteeld in 2014, volgens de BRP (verschillende ‘lagen’ met gegevens zijn individueel aan- en uit te vinken).

Heel Nederland – Resultaten

Kind of Green heeft berekeningen als hierboven beschreven gemaakt voor heel Nederland. Resultaten geven aan dat grondgebonden zonneparken (> 2.5 MWp) samen ca. 283 ha aan landbouwpercelen beslaan (status januari 2019). Hiervan was over de periode 2011-2017 zo’n 75 ha overwegend in gebruik als grasland; de overblijvende 208 ha waren overwegend in gebruik als bouwland.
Het gemiddelde jaarlijkse oppervlak van de belangrijkste gewassen (inclusief gras) op bovengenoemde 283 ha, over de periode 2011-2017, wordt gegeven in Figuur 3. Aardappel was verreweg het belangrijkste gewas, met gemiddeld 51 ha per jaar. Daarvan was gemiddeld 31 ha zetmeel-, 14 ha consumptie- en 6 ha pootaardappelen. Blijvend grasland bezet een tweede plek met een oppervlak van 41 ha, maar als deze categorie wordt samengevoegd met tijdelijk grasland vormt gras de belangrijkste categorie met 68 ha.

Figuur 3. Welke gewassen zijn vooral ‘vervangen’ door zonneparken? Aardappel en grasland (zowel blijvend als tijdelijk) nemen een belangrijke plek in.

ʺZonne-aardappelenʺ?

Een interessante vraag is of de arealen aan aardappels en andere akkerbouwgewassen met de komst van de zonneparken nu iets kleiner zijn geworden, of dat telers voor deze gewassen extra ruimte zullen maken in hun bestaande rotaties (ten koste van andere gewassen). De verminderde productie kan ook (deels) worden opgevangen door hogere opbrengsten te realiseren, maar in Nederland is er beperkt ruimte om dat op een duurzame manier te doen. Bovendien kan het ook extra broeikasgasemissies veroorzaken. Zouden de ‘zonne-aardappelen’, waarmee onze zuiderburen experimenteren een oplossing zijn? Of schaden dergelijke oplossingen landschapskwaliteit en -beleving teveel?

Grondgebonden zonneparken en/of een grondgebonden melkveehouderij?

De melkveehouderij is, met ruim 0,9 miljoen hectare in beheer, de grootste grondgebruiker in ons land. Exponentiële groei van het oppervlak aan grondgebonden zonneparken zoals die nu plaatsvindt lijkt strijdig met de ambitie om in 2025 minimaal 65 % van de eiwitbehoefte van de Nederlandse melkveehouderij afkomstig te laten zijn van eigen grond, zoals geformuleerd in het bindend advies van de Commissie Grondgebondenheid (2018). Dit geldt uiteraard in het bijzonder wanneer productief grasland of akkers met snijmais worden bedekt met zonnepanelen. “Grondgebondenheid heeft belangrijke voordelen voor de melkveehouderij, de leefomgeving en de samenleving”, schrijft de commissie.

Figuur 4. Ook in Wageningen wordt gedebatteerd over zonneparken op landbouwgrond. Aan de Haarweg, vlakbij de locatie waar de vroegere vakgroep Agronomie van de toenmalige Landbouwuniversiteit Wageningen was gevestigd, is een park gepland door Wageningen UR i.s.m. LC Energy (foto: Sander de Vries, juni 2018).

Organische stof en bodemkwaliteit

Het grote aandeel grasland in het land waarop zonneparken zijn gerealiseerd is mogelijk ook relevant in termen van CO2-emissies. Grasland legt in Nederland netto gemiddeld ongeveer 1.3 tot 2.9 ton organische stof per hectare per jaar vast (Conijn en Lesschen, 2015). Dat komt neer op ongeveer 2.8 tot 6.2 ton CO2 per hectare per jaar. Experts verwachten na het installeren van zonneparken over het algemeen een afname van het bodemleven en de hoeveelheid organische stof. De voornaamste reden is een afname van de plantaardige productie door de verminderde regen- en lichtinval onder de panelen (Van der Zee et al., 2019). De koolstofvastlegging van grasland zou onder zonneparken dus kunnen afnemen. Na verwijdering van de panelen na een levensduur van 25 jaar zou het bovendien jaren duren voor de bodem weer hersteld is (Van der Zee et al., 2019).
Op bouwland, aan de andere kant, neemt de organische stof momenteel gemiddeld af met 0.08 tot 0.9 ton per hectare per jaar (Conijn en Lesschen, 2015). Dat is ongeveer 0.2 tot 1.9 ton CO2 per hectare per jaar. Hier zou een zonnepark met een permanente ondergroei van gras, waarin geen kerende grondbewerkingen meer plaatsvinden, juist een positieve invloed kunnen hebben.
De vraag dient zich aan of de mogelijk negatieve gevolgen voor de organische stof van zonneparken op grasland gecompenseerd zouden kunnen worden door de positieve effecten op bouwland. Als de productie van grasland (en gewassen in het algemeen) onder zonneparken met ongeveer de helft vermindert (Marrou et al., 2013), zou je kunnen aannemen dat de netto vastlegging van organische stof ook met ongeveer de helft afneemt (even geen rekening houdend met dierlijke mest). Stel dat de vastlegging op grasland (Conijn en Lesschen, 2015) gemiddeld gelijk is aan (2.75 + 6.16)/2 = 4.46 ton CO2 per hectare per jaar. De verminderde vastlegging (die te beschouwen is als een emissie) onder zonneparken is dan 4.46/2 = 2.23 ton CO2 per hectare per jaar. Voor heel Nederland (ca. 75 ha grasland onder zonneparken, zie boven) zou dat neerkomen op 2.23 x 75 = 167 ton CO2 per jaar. Aan de andere kant zou je voor bouwland (enigszins behoudend) kunnen aannemen dat de huidige emissies tot stilstand komen wanneer er onder de zonnepanelen gras gaat groeien. Het zou gaan om een emissiereductie betreffen van grofweg 208 x (0.17 + 1.91)/2 = 216 ton CO2 per jaar. Dat zou voldoende zijn om te compenseren voor de extra emissies uit grasland.

2019?

Zeer binnenkort zullen we bovenstaande analyse verder uitbreiden met aanvullende inzichten. De vraag is of de trends die in het bovenstaande geschetst zijn geextrapoleerd kunnen worden naar 2019, een jaar waarin naar verwachting een recordaantal nieuwe zonneparken gerealiseerd zal gaan worden. En zullen nieuwe parken meer ruimte laten voor gewassen (of vee), zoals de Belgische ‘zonne-aardappelen’? Tenslotte: vragen of reacties op deze pagina (via het contactformulier) worden altijd op prijs gesteld.

Geraadpleegde Literatuur

  • Commissie Grondgebondenheid, 2018. Grondgebondenheid als basis voor een toekomstbestendige melkveehouderij.
  • Conijn, J.G. en Lesschen, J.P., 2015. Soil Organic Matter in the Netherlands. Quantification of Stocks and Flows in the Top Soil. PRI report 619, Alterra report 2663. Wageningen UR, Wageningen, August 2015.
  • Marrou, H., Guilioni, L., Dufour, L., Dupraz, C., Wery, J., 2019. Microclimate under agrivoltaic systems: Is crop growth rate affected in the partial shade of solar panels? Agricultural and Forest Meteorology 177 (2013) 117– 132
  • Van der Zee, F., Bloem, J., Galama, P., Gollenbeek, L., Van Os, J., Schotman, A., De Vries, S., 2019. Zonneparken Natuur en Landbouw. Rapport 2945. Wageningen UR, Wageningen, april, 2019